Grond en stenen: hoe zit het nu juist ?

Wij krijgen nog geregeld vragen ivm de opslag en het gebruik van "grond met stenen". Aannemers wensen duidelijkheid over welke regelgeving van toepassing is.

Gebruik van uitgegraven bodem

Het antwoord is zeer eenvoudig: het gebruik van uitgegraven bodem valt altijd onder het toepassingsgebied van VLAREBO en deze bodem kan dus niet via de bepalingen van het Vlarea worden toegepast. Ongeacht in welke vorm de partijen op een tussentijdse opslagplaats, centrum voor grondreiniging of ander vergunde inrichting worden aangevoerd:

-  Partijen uitgegraven bodem die minder dan 25% stenen bevatten, worden altijd beschouwd als "bodem"

-  Partijen uitgegraven bodem die meer dan 25% stenen bevatten, worden bij aanvoer beschouwd als een "gemengde afvalstroom". Na afzeving moet de uitgegraven bodem steeds via het VLAREBO worden afgevoerd. (De uitgezeefde stenen vallen onder Vlarea)

Opmerking ivm de milieuvergunning

Deze specifieke richtlijnen zijn ook van belang voor tussentijdse opslagplaatsen en andere vergunde inrichtingen die partijen uitgegraven bodem aanvaarden. De rubriek 61 van het Vlarem (meer bepaald 61.2) biedt de mogelijkheid om beperkte afzeefactiviteiten uit te voeren. Wanneer een inrichting (bvb. een TOP) echter regelmatig partijen uitgegraven bodem met hoge gehaltes aan stenen en steenachtige materialen aanvaardt, wordt  het aandeel van afgezeefd puin/stenen (= afvalstof) in de volledige opslagcapaciteit uiteraard groot. Dit leidde regelmatig tot moeilijke discussies. De vraag rees namelijk of hier geen sprake was van verwerking van afvalstoffen, en of de rubriek 61.2 dan wel volstond.

Om die reden heeft de OVAM, in samenspraak met alle betrokkenen, het volgende beslist: vanaf de aangevoerde partijen uitgegraven bodem méér dan 25% stenen bevat, is er sprake van de verwerking van afvalstoffen en volstaat het m.a.w. niet om vergund te zijn onder rubriek 61.2.

Samengevat

Het gebruik van een partij uitgegraven bodem met een steengehalte van minder dan 25% valt automatisch onder de grondverzetsregeling. Een partij uitgegraven bodem met een steengehalte van méér dan 25% wordt bij aanvoer op een tussentijdse opslagplaats, centrum voor grondreiniging of een andere vergunde inrichting in eerste instantie als een gemengde afvalstroom beschouwd. Eens de stenen zijn afgezeefd, wordt de afgezeefde uitgegraven bodem echter steeds beschouwd als "bodem" (Vlarebo). Voor het gebruik ervan is m.a.w. altijd een technisch verslag en een bodembeheerrapport vereist.

Wij wijzen er bovendien nog op dat op 14 december 2008 de Vlaamse Regering heeft beslist om de mogelijk voor gebruik van "uitgegraven bodem, uitgegraven bodem die een fysische scheiding heeft ondergaan en gereinigde uitgegraven bodem die niet onder het toepassingsgebied van VLAREBO vallen" te schrappen uit de tabel van Bijlage 4.1, Afdeling 2.

Heeft u hierover nog vragen? Neem contact op met Kathleen Wielant (02/545 58 81) of Andy heurckmans (02/545 58 52)