Glas = steenachtig bodemvreemd materiaal

In het Vlarebo zijn er maximale gehaltes opgenomen voor zowel stenen als bodemvreemde materialen. Bij de bodemvreemde materialen onderscheidt men de steenachtigen en de niet-steenachtigen. Voor gebruik als bodem binnen de kadastrale werkzone en voor bouwkundig bodemgebruik is er geen limiet voorzien voor het gehalte aan stenen en steenachtige materialen.

Onder steenachtige materialen* wordt verstaan: assen, sintels, kolenresten,.... Over glas bestond een tijd lang wat onduidelijkheid. Ondertussen werd vanuit OVAM bevestigd dat glas wel degelijk mag worden beschouwd als steenachtig bodemvreemd materiaal.

Een veel gestelde vraag is ook of er dan helemaal géén limiet staat op het gehalte aan stenen en steenachtige materialen? (tenminste, voor wat betreft gebruik binnen de kadastrale werkzone of bouwkundig bodemgebruik). Hoewel er in het Vlarebo geen maximale gehaltes vermeld worden, bestaat er toch onrechtstreeks een grens.
Daarvoor verwijzen we naar de richtlijn van OVAM van anderhalf jaar geleden. Die stelde dat wannneer een partij uitgegraven bodem meer dan 25% stenen (en steenachtige materialen) bevat, men spreekt van een gemengde afvalstroom. In dat geval dient de partij eerst te worden afgezeefd. De afgezeefde bodemfractie moet vervolgens gewoon volgens de bepalingen van Vlarebo worden gebruikt.

* voor gebruik als bodem buiten de kadastrale werkzone worden de steenachtigen beschouwd als bodemvreemde materialen: daarvoor geldt dan een maximaal gehalte van 1%.

Heeft u hierover nog vragen? Bel ons gerust!

Andy Heurckmans
vzw Grondbank

 

 

Glas = steenachtig bodemvreemd materiaal