Natuurlijk verhoogde concentraties - selectief uitgraven ?

Sommige streken staan bekend voor hun natuurlijk verhoogde concentraties (t.o.v. de waarde voor vrij gebruik) van een aantal zware metalen. Zo is er bvb. de link tussen glauconiethoudende gronden en chroom.

Dikwijls zorgen deze bodemlagen voor problemen bij de opmaak van het technisch verslag. Zelden wordt in álle mengmonsters van éénzelfde bodemlaag een overschrijding voor die zware metalen vastgesteld. Meestal gaat het om schommelende concentraties, met af en toe een overschrijding van de waarde voor vrij gebruik.

Best wordt vermeden dat de aannemer in deze bodemlagen een selectieve uitgraving moet uitvoeren. In een bodemlaag die van nature verhoogde concentraties bevat kan zelden een betrouwbare afbakening worden gemaakt.
Hoe op te lossen? De erkende bodemsaneringsdeskundige moet een afweging maken en nagaan of de partij globaal voldoet voor vrij gebruik of niet. Geen afbakening dus, wel een redelijke inschatting van de volledige partij.

Uitzondering
In bepaalde gevallen kan er een geologische reden zijn om op sommige delen wel een onderscheid te maken. Soms stelt men bvb. vast dat de concentraties toenemen met de diepte: in dat geval kan eventueel een verticale grens worden vastgelegd. Ook bij lange lijntrajecten kan er variatie optreden.

Opgelet: De bedoeling van dit bericht is niet om vrij gebruik in alle natuurlijk aangerijkte lagen gemakkelijkheidshalve te bannen! Wel willen we vermijden dat de aannemer een kunstmatig bepaalde afbakening binnen de homogene partij moet respecteren bij de uitgraving.

Vereenvoudigde studie ontvangende grond: Voor het gebruik van bodem met natuurlijk verhoogde concentraties op een terrein met gelijkaardige natuurlijke aanrijking, kan de studie ontvangende grond beperkt worden tot een verwijzing naar literatuurgegevens of bestaande bodemonderzoeken in de omgeving (Standaardprocedure studie ontvangende grond, OVAM).