Bepalen van de steekvastheid van slibvormige en pasteuze afvalstoffen - CMA/2/II/A.4

De steekvastheid van slib of andere waterhoudende materialen is een maat voor de draagkracht en bijgevolg ook de (on)stabiliteit. Zo speelt ze een belangrijke rol  met betrekking tot de veiligheid op stortplaatsen. Het wegzakken van voertuigen en vooral personen kan bvb. fatale gevolgen hebben. Maar ook kan het hoge watergehalte van dergelijke materialen een negatief effect hebben op de kwaliteit van het percolaatwater van de stortplaats.

Van primitieve veldtest tot wetenschappelijk onderbouwde laboproeven
De schop - alom gekend als essentieel tuingereedschap - werd lange tijd als 'meetinstrument' ingezet bij het bepalen van de steekvastheid. De schop werd onder een hoek van 40° à 60° in de specie gestoken. De mate waarin de schop zakte was een maat voor de steekvastheid.

Anderen gebruiken (tot op vandaag) een steekguts bij het bepalen van de steekvastheid. Indien de specie bij het terugtrekken uit de steekguts valt, is deze onvoldoende steekvast. 

Naast deze eenvoudige methodes werden er in de loop der jaren verschillende wetenschappelijk onderbouwde bepalingsmethodes ontwikkeld, zoals de CMA/2/II/A.4 van april 2002. Deze kreeg begin dit jaar een update.

CMA/2/II/A.4 
Begin 2012 werd de vernieuwde 'procedure voor het bepalen van de steekvastheid van slibvormige en pasteuze afvalstoffen' in het staatsblad gepubliceerd. Deze vervangt de eerdere genoemde versie van april 2002.

Het principe van deze meetmethode is gebaseerd op de afschuifkracht (schuifspanning), een gangbaar begrip in de grondmechanica. Vanwege het gebruik van een vin wordt in deze procedure ook van de vintest-afschuifkracht gesproken. Deze wordt aangeduid met het symbool Cv. De gebruikte eenheid is kN/m² of kPa.

In de bijgevoegde procedure vindt u alle informatie over de gebruikte apparatuur, de wijze van monsterbehandeling, de analyseprocedure en de berekeningen.

Met deze procedure wordt als het ware een 'graad van steekvastheid' bepaald. Er bestaat namelijk geen precieze grens waarop een partij slib als 'steekvast' wordt gedefinieerd. Wel wordt in bvb. monostortplaatsen voor niet-gevaarlijke baggerspecie een minimale afschuifspanning van 10 kN/m² opgelegd (VLAREM II).

1-CMA_2_II_A.4[1].pdf

 

 

Bepalen van de steekvastheid van slibvormige en pasteuze afvalstoffen - CMA/2/II/A.4