10 jaar O.V.O - Colloquium

Afgelopen donderdag, 13 juni 2013, vierde het Overlegcomité Vlaamse Ontginners vzw (O.V.O.) haar 10-jarig bestaan. En hoewel er werd teruggeblikt op de voorbije jaren, stond het Colloquium toch voornamelijk in het teken van de toekomst. Daarbij werd de complementariteit van primaire delfstoffen met gerecycleerde materialen belicht.

O.V.O.
De overkoepelende organisatie O.V.O. is een samenwerking tussen een aantal beroepsverenigingen: Bedrijfsgroepering Zandgroeven vzw, de Belgische Baksteenfederatie vzw, de Belgische Federatie van Grind- en Zand vzw (Belbag) en de Beroepsberoepsvereniging van Vlaamse Ontginners in Vlaams-Brabant, Oost- en West-Vlaanderen vzw (BEVON). De voorbije jaren behartigde O.V.O. vzw de belangen van alle ontginners van oppervlaktedelfstoffen zoals zand, klei, leem en grind in Vlaanderen. Directe aanleiding tot de oprichting van deze overkoepelende beroepsfederatie was het Oppervlaktedelfstoffendecreet in 2003. Door de krachten te bundelen kon de sector meer gewicht in de schaal leggen bij de besprekingen.

Voorzitter Jozef Van Den Bossche (foto) ging dieper in op dit Oppervlaktedelfstoffendecreet. Dit decreet maakte eindelijk komaf met de 'ad hoc' benadering bij het behandelen van nieuwe ontginningsdossiers. Een positieve zaak, maar toch werden niet alle verwachtingen ingelost. Zo biedt het decreet onvoldoende rechtszekerheid voor de ontginners. Als andere knelpunten werden de complexe (en lange) procedures aangehaald, of de moeilijkheid van het vinden van een maatschappelijk draagvlak voor nieuwe ontginningen. De ontginningssector stapt nochthans graag mee in het verhaal van duurzaamheid en milieubehoud. Primaire delfstoffen zullen daarin steeds complementair zijn aan de gerecycleerde granulaten. Vooral de hoge eisen die worden gesteld aan bouwmaterialen maakt dat moet worden gezocht naar een goede grondstoffenmix, waarin primaire oppervlaktedelfstoffen een essentiële rol zullen blijven spelen. 

Jan Van Roo, diensthoofd van Albon, gaf een stand van zaken van de ontginningssector in vlaanderen en lichte het actieplan voor de komende 5 jaar toe. Ook kregen we de resultaten te zien van de recentste enquête van het monitoringsysteem. Dit monitoringsysteem is een tweejaarlijkse bevraging  van de sector m.b.t. de inzet van primaire materialen en alternatieven, met als doel de behoefte aan primaire delfstoffen objectiever te begroten.

Marleen Evenepoel, administrateur-generaal Agentschap voor Natuur en Bos, gaf aan dat het "Tijdelijke Natuur" principe een integraal onderdeel zou kunnen uitmaken van het vergunningstraject van een nieuwe ontginning. Dit zal de rechtszekerheid voor de ontginner vergroten. Het principe van de "Tijdelijke Natuur" houdt in dat, in afwachting van de uiteindelijke bestemmingsrealisatie van een terrein, tijdelijke natuurontwikkeling wordt toegelaten. Na afloop wordt deze opnieuw verwijderd in het kader van de verdere ontwikkeling van het terrein. Op die manier krijgen de exploitant en andere betrokken actoren de nodige rechtszekerheid.

Peter Cabus, secretaris-generaal van het Departement Ruimte Vlaanderen, stelde dat delfstoffenwinning potentieel een meerwaarde biedt in aanloop van de gewenste herbestemming van landbouw- natuur- en bedrijventerreinen, alsook stedelijke gebied. M.a.w. ontginning hoeft als (tijdelijke) activiteit de toekomstige ontwikkeling van onze ruimte zeker niet te hypothekeren, maar er eerder een onderdeel van zijn.

Maar hoe moet het verder? Johan Van Der Biest, voorzitter van de Belgische Bouwmaterialen Producenten, belichte de toekomstperspectieven voor de periode 2020 - 2050. Ondanks de opkomst van nieuwe tendensen zoals het energieneutraal bouwproces, het toenemende belang van renovatie, de bezorgdheid over onze ecologische voetafdruk, zal de vraag naar primaire delfstoffen niet verdwijnen. Met een geschatte bevolkingsaangroei van 21% tegen 2050, kunnen gerecycleerde grondstoffen de primaire materialen nooit helemaal vervangen.
De heer Verbiest stelt echter ook dat, naast de klassieke ontginningen, ook andere bronnen van natuurlijke materialen kunnen worden verkend. Grote infrastructuurwerken, zoals de inrichting van overstromingsgebieden of de aanleg van waterbufferbekkens, kunnen worden gezien als een opportuniteit.  M.a.w. komt ook hier de complementariteit naar boven.

In haar slotwoord kwam Minister Schauvliege terug op de complementariteit van primaire delfstoffen en gerecycleerde materialen en de troeven die de sector te bieden heeft.

Deze geslaagde dag werd afgerond met een lekker diner en ruimte voor netwerking.

 

 

10 jaar O.V.O - Colloquium