Workshop erkende bodemsaneringsdeskundigen een succes

Op 18 oktober organiseerde de Grondbank, in samenwerking met ORI (brancheorganisatie voor advies- en ingenieursbureaus), opnieuw een workshop voor erkende bodemsaneringsdeskundigen. Voor deze workshop nodigde de Grondbank 2 gastsprekers uit: Christel Haelterman, Projectingenieur Infrastructuurwerken bij Technum en Chris Cammaer, geologe – erkende bodemsaneringsdeskundige. Elisa Vermeulen van de Grondbank leidde de beide onderwerpen in goede banen en ging voor elk van de 2 onderwerpen ook uitgebreid in op de praktijk.

De ruime opkomst (volle zaal) toonde alleszins aan dat erkende bodemsaneringsdeskundigen het grondverzet graag vanuit de ruimere context benaderen.

Volumeberekeningen
Tijdens het eerste deel werd er dieper ingegaan op de berekeningsmethodes die studiebureaus hanteren voor zowel infrastructuurwerken (wegen & riolering) als bouwprojecten. Christel Haelterman toonde aan dat de volumes zoals berekend bij het voorontwerp nog in belangrijke mate kunnen afwijken van deze voor het definitieve ontwerp. Bovendien kunnen er significante verschillen zijn tussen de theoretisch berekende volumes en de uitgravingen in de praktijk.

Een voorbeeld hiervan is de theoretische helling van 70° die wordt  gehanteerd voor rioleringssleuven. Aannemers zullen in werkelijkheid meestal minder steile hellingen maken, met een meervolume als gevolg. Zeker bij grotere sleufdieptes kunnen de meervolumes oplopen. 

Het meeste opvallende gegeven echter was dat bij de volumes die studiebureaus doorgeven aan de erkende bodemsaneringsdekundigen, de volumes voor de opbraak van de bestaande rioleringen zelden worden meegerekend. De reden hiervoor ligt o.a. bij de verrekeningsmethode in het  typebestek SB250: opbraak van rioleringen wordt verrekend per lopende meter en niet per m³ verzette grond.

Ook kwam opnieuw het ‘verdoken grondverzet’ ter sprake. Studiebureaus gaan voor het voorontwerp uit van een standaarddikte voor de opbraak van de verharding/fundering van een weg. In werkelijkheid zijn deze diktes echter regelmatig minder dik. Dat blijkt reeds bij het uitvoeren van de boringen, maar het resulterend meervolume wordt helaas niet steeds in rekening genomen.

De belangrijkste conclusie voor dit eerste deel is dat de communicatie tussen de erkende bodemsaneringsdeskundige en het studiebureau veel misverstanden kan voorkomen.

Mijnsteen en zinkassen – regionale verontreinigingen
Chris Cammaer bracht een zeer boeiende uiteenzetting over de herkomst, historische context en de milieutechnische aspecten van zowel mijnsteen als zinkassen. Er werd veel aandacht besteed aan het herkennen van deze ‘Limburgse materialen’. Aan de hand van monsters konden de aanwezigen van dichtbij kennismaken met de vele vormen: zinkassen, loodslakken, moffelscherven, schlamm, rode mijnsteen, enz...

Hoewel beide materialen geologisch en milieutechnisch weinig met elkaar te maken hebben, hebben ze alvast één ding gemeen: bij het beoordelen van uitgegraven bodem moeten deze materialen beschouwd worden als (niet-steenachtige) bodemvreemde materialen. M.a.w. er mag zeker niet meer dan 1% van deze materialen in de bodem zitten, ongeacht het beoogde gebruik.

Elisa Vermeulen gaf een (ruimtelijk) overzicht van regionaal voorkomende verontreinigingen en natuurlijk verhoogde concentraties, waarbij naast zinkassen en mijnstenen ook de atmosferische depositie van Zn en Cd (Kempen), de Hg-problematiek in en rond Lokeren, de verhoogde pH aan de kust en de verhoogde concentraties aan zware metalen in de diverse geologische lagen (Glauconiethoudende zanden in Antwerpen, ….) aan bod kwamen.

De aanwezigen kregen als eerste de resultaten te zien van de inventarisatie die de Grondbank in augustus 2011 is gestart: alle van nature verhoogde concentraties van chroom, arseen en pH (> waarde voor vrij gebruik) worden sindsdien systematisch in kaart gebracht. Op basis van Lambert-coördinaten worden ze ruimtelijk voorgesteld. Deze ruime dataset – die nog elke dag wordt aangevuld – kan een belangrijke tool zijn bij het uitvoeren van de ‘vereenvoudigde studie ontvangende grond’, die voor natuurlijk verhoogde concentraties geldt. Meer nieuws hierover volgt spoedig.

Nadien konden de aanwezigen napraten bij een drankje.

De presentaties worden spoedig ter beschikking gesteld.

 

 

Workshop erkende bodemsaneringsdeskundigen een succes