Indeling van de kadastrale werkzone(s) - de belangrijkste principes

Een kadastrale werkzone is dat deel van een projectzone waar de milieukenmerken van de bodem gelijkaardig zijn. Belangrijk daarbij is dat niet enkel de vastgestelde concentraties hierbij een rol spelen en dat de kadastrale werkzones dus niet noodzakelijk samenvallen met de indeling van de 3-delige codes !

Ook wijzen we er op dat het hergebruik van gronden zeker niet steeds beperkt is tot de uitgravingszone waarin ze momenteel ligt.

De volgende factoren/principes kunnen een rol spelen bij de afbakening van de kadastrale werkzone(s):

A. standstill principe

Hergebruik van gronden binnen de projectzone mag nooit leiden tot een slechtere situatie : bvb. beduidend hogere concentraties, een verhoogd blootstellings- en verspreidingsrisico,.. 

Dit principe heeft ook een belangrijk juridische kant: het bodemdecreet beoordeelt (nieuwe) verontreiniging per kadastraal perceel. M.a.w. : wanneer op een welbepaald kadastraal perceel een nieuwe verontreiniging wordt vastgesteld als gevolg van grondverzet, leidt dat vrijwel automatisch tot saneringsplicht.

Daarnaast moet men ook voorzichtigheid aan de dag leggen wanneer binnen de projectzone verschillende eigenaars betrokken zijn (of toekomstige eigenaars in geval van een verkaveling bvb): verplaatsing van verontreinigde grond op een toekomstig bouwlot (dat vandaag nog niet verontreinigd is) kan tot conflicten leiden.

Openbaar terrein / private percelen

Bij projecten die deels op openbaar terrein, deels op privé percelen plaatsvindt is een aparte indeling van kadastrale werkzones meestal aangeraden: de gekende problematiek van de openbare weg (we verwijzen o.a. naar het gebruik van de code 011) wordt best gescheiden gehouden van de percelen.

B. type en ernst van de verontreiniging 

Algemeen gesteld zal dat deel van een terrein waar een gelijkaardig type verontreiniging vastgesteld wordt - bvb een verontreiniging met PAK's gelinkt aan het aanwezige puin - alleszins als éénzelfde kadastrale werkzone kunnen worden beschouwd. Variaties in concentraties gelinkt aan meetfouten en toevallige schommelingen zijn zeker geen argument om de kadastrale werkzones op te delen.

Delen van een projectzone met een duidelijk verschillend type verontreiniging en/of sterk verhoogde concentraties worden in principe als aparte kadastrale werkzone ingedeeld. We verwijzen hiervoor naar punt F.

De Code van Goede Praktijk stelt ook dat concentraties die de 80% van de bodemsaneringsnorm type II niet overschrijden, als niet significant kunnen beschouwd worden. Daarom kan een partij met code 311 over de volledige projectzone worden hergebruikt, ook al zijn er verschillende kadastrale percelen (tenzij er aanwijzingen zijn dat er een risico is dat deze limiet toch nog overschreden zou kunnen zijn).

C. Historiek

Wanneer het terrein (of een deel ervan) in het verleden bepaalde ingrepen heeft ondergaan (ophogingen, afbraakwerken, herhaalde grondwerken,...), dan vertaalt zich dat meestal in een diffuse/homogene verontreiniging. In dat geval kan men bij de afbakening van de kadastrale werkzone bijkomend rekening houden met deze historiek, bvb. door de opgehoogde zone als 1 kadastrale werkzone te beschouwen.

D. Toekomstig gebruik 

Hergebruik van grond met verhoogde concentraties op delen van de bouwzone die eenzelfde functie zullen hebben (bvb een toekomstige parking). M.a.w. voor gronden met concentraties < 80% BSN is het mogelijk om de kadastrale werkzone gelijk te schakelen met die welbepaalde zone.

E. Heterogene verontreinigingen

Verontreinigingen die gelinkt zijn aan een welbepaalde verontreinigingsbron - met verontreinigingskern en -pluim) moeten op een andere manier worden afgebakend. We verwijzen hiervoor naar 2.2.1 van de CvGP afbakenen van een kadastrale werkzone.

Heeft u vragen hierover ? neem gerust contact met ons op.

 

 

Indeling van de kadastrale werkzone(s) - de belangrijkste principes