Begeleiding van de uitgraving door een erkende bodemsaneringsdeskundige

De begeleiding van de grondwerken door een erkende bodemsaneringsdeskundige (eBSD) kan in bepaalde gevallen aangewezen of zelfs noodzakelijk zijn. Dit is het geval wanneer de selectieve uitgraving van propere grond (vrij gebruik), gronden met verhoogde concentraties en/of te reinigen grond niet eenvoudig is en er bijgevolg onvoldoende garanties zijn dat de aannemer op basis van het technisch verslag alle partijen correct van elkaar zal kunnen scheiden.

Bij een begeleiding zijn er een aantal factoren die van belang zijn. We zetten alles op een rijtje.

In welke gevallen begeleiding opleggen?

Dit is The Most Frequently Asked Question. Een éénduidig antwoord hierop bestaat echter niet.

We wijzen in de eerste plaats naar de doelstelling van de grondverzetsregeling : er voor zorgen dat de grond met de juiste kwaliteit op de juiste plaats terecht komt. Het technisch verslag (en vooral het zoneringsplan) is het instrument dat de aannemer in staat moet stellen om de verschillende partijen gescheiden uit te graven. Dit houdt minstens in dat:

- het zoneringsplan de grenzen tussen de verschillende partijen nauwkeurig moet weergeven, rekening houdend met de schaal, de foutenmarge van de veldmetingen (afstanden),...
- de monstername en vooral de afperking garanties moeten bieden voor de gebruiksmogelijkheden

Opgelet:
1. begeleiding van grondwerken is zeker niet enkel nuttig in het geval van een verontreinigingskern (bvb. thv een mazouttank). Evengoed kan dit nodig zijn om de grens tussen bvb de codes 211 en 521 nauwkeuriger te bepalen.
2. Begeleiding mag niet als een lapmiddel worden beschouwd voor een te beperkte monstername tijdens de opmaak van het technisch verslag. Een goede staalname en afperking moeten steeds de basis zijn.

Enkele voorbeelden wanneer begeleiding nodig kan zijn:

- op een groot braakliggend terrein wordt een lokale verontreiniging afgeperkt, met de nodige staalnames en analyses. Door het ontbreken van referentiepunten echter is het soms onmogelijk voor de grondwerker om deze verontreinigde zone terug te vinden (en vooral de contouren te bepalen )
- Dikwijls is een afperking gebaseerd op een extrapolatie van analyseresultaten. Op het terrein - tijdens de uitvoering - moet men absoluut vermijden dat een grondwerker hierover een interpretatie moet doen. Dit is niet zijn specialiteit, noch zijn verantwoordelijkheid.

Belangrijk: wanneer begeleiding wordt opgelegd is het belangrijk dat de opdrachtgever (en aannemer) er zich van bewust is dat dit een invloed kan hebben op de uitvoering (bvb vertraging door het wachten op analyseresultaten) en dus ook de kostprijs.

Wat houdt de begeleiding in ?

Begeleiding (of ondersteuning in de bredere zin) kan onder verschillende vormen gebeuren, afhankelijk van de complexiteit en /of onzekerheid, bvb.:

- aanwezigheid bij de start der werken om instructies over de selectieve uitgraving te geven en het technisch verslag/zoneringsplan toe te lichten.
- effectieve afbakening van een verontreinigde zone op het terrein. In bepaalde gevallen is het aangeraden dat de eBSD door middel van bvb. paaltjes een grens tussen 2 kwaliteiten aanduidt op het terrein.
- controlestaalname na de afgraving van de verontreinigde grond, om zo de kwaliteit van de onderliggende/naastliggende grond te verifiëren, alvorens deze wordt uitgegraven. M.a.w. een gefaseerde tussenkomst.
- aanwezigheid tijdens de uitgraving, waarbij de eBSD instructies geeft aan de kraanman en bijstuurt waar nodig. 
-...

Deze tussenkomst van de eBSD houdt ook in dat er onderling zal moeten worden gecommuniceerd: de Grondbank, de aannemer, de opdrachtgever moeten op de hoogte zijn van de opvolging. De communicatie over de voorziene begeleiding, het plan van aanpak en de concrete actiepunten moet al starten van bij de voorbereiding van het project. Op die manier kan dit optimaal geïntegreerd worden in de uitvoering zelf. 

Plan van aanpak

Wanneer er begeleiding (in welke vorm dan ook) nodig is, moeten er op voorhand goede afspraken worden gemaakt over de praktische invulling. Dit kan het best worden samengevat in een 'plan van aanpak'.

Concreet moet er worden vastgelegd welke acties, op welk moment in de uitvoeringsfase dienen genomen te worden:

- Vanaf welk moment moet de eBSD op de werf aanwezig zijn, en wie zorgt voor de coördinatie?
- zal de begeleiding louter een visuele controle inhouden, of dienen er controlestaalnames te worden voorzien? En zullen er bepaalde momenten zijn dat de resultaten moeten worden afgewacht?
- welke parameters zullen worden geanalyseerd? Dit kan uiteraard verschillen van zone tot zone.
- tussen de Grondbank en de eBSD (en de andere betrokkenen) moeten praktische afspraken worden gemaakt over hoe deze gegevens zullen worden gecommuniceerd, om nodeloos tijdverlies tijdens de werken te voorkomen.

De effectieve begeleiding en de rapportering

Zoals reeds gesteld moeten bij de start der werken alle partijen nogmaals goed worden geïnformeerd over de voorziene begeleiding. Een goed moment om dit te doen is de startvergadering.

Vervolgens kan de eBSD op gerichte momenten de juiste acties ondernemen, zodat bepaalde afspraken niet worden vergeten.

Alle vaststellingen, resultaten van staalnames, interpretaties, enz... dienen steeds gerapporteerd te worden aan de Grondbank (parallel aan andere betrokkenen). Dit kan in een zeer eenvoudige vorm, maar deze rapportering is essentieel voor ons om de nodige grondverzettoelatingen af te leveren

Heeft u vragen over deze aanpak ? Aarzel niet om ons te contacteren. Graag zijn wij bereid om dit concreet met u te bespreken.

Cindy Bullens & Andy Heurckmans
Grondbank vzw 

 

 

Begeleiding van de uitgraving door een erkende bodemsaneringsdeskundige