Nieuwe CvGP gebruik van aanvulgronden en ophogingen - BRUSSEL

Zopas heeft Leefmilieu Brussel de nieuwe Code van Goede Praktijk (CvGP) betreffende gebruik van aanvulgronden en ophooglagen gepubliceerd op hun website. Deze CvGP vervangt de infofiche ‘voorwaarden voor hergebruik van afgegraven gronden’.

Deze Code van Goede Praktijk is onmiddellijk van toepassing. Voor werven die nog in uitvoering zijn of reeds afgerond werden, worden de oude principes van de infofiche nog aanvaard. De datum van de opstart van de werken geldt als referentie.

Wijzigingen

De nieuwe CvGP wijkt op verschillende vlakken af van de vorige infofiche. Enerzijds werden de principes voor het hergebruik van gronden aangepast en gedetailleerd. Anderzijds werden de strategieën voor staalname en analyse gewijzigd.

Principes voor gebruik van gronden

Het algemeen principe voor het gebruik van aangevoerde grond is ongeveer hetzelfde gebleven : de concentraties moeten lager zijn dan de Brusselse saneringsnormen (saneringsnormen in Brussel: dit zijn concentraties van verontreinigende stoffen in de bodem en in het grondwater waaronder de risico's voor de volksgezondheid en het milieu als nihil worden beschouwd en de bodem al zijn functies kan vervullen. Het zijn ook deze normen die moeten worden bereikt in het geval van een sanering). Er is geen bepaling opgenomen voor een maximaal percentage aan stenen of bodemvreemde materialen, maar de CvGP vermeldt wel dat er geen afvalstoffen aanwezig mogen zijn.

Voor hergebruik binnen hetzelfde perceel gelden afwijkende principes, waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen 3 situaties. Samengevat (we verwijzen naar de volledige tekst in bijlage):

1. Aanvulgrond afkomstig van het perceel zelf kan slechts worden hergebruikt op voorwaarde dat de concentraties lager zijn dan 80% van de interventienormen. Daarbij moeten de meest strikte interventienormen (voor deze partij) worden beschouwd.

2. Voor het hergebruik van aanvulgrond van een bestaande ophoging binnen de grenzen van deze oorspronkelijke ophoging, geldt eveneens dat de concentraties lager moeten zijn dan 80% van de interventienormen. Wanneer het echter gaat om een 'weesverontreiniging' met PAK's of zware metalen mag de beoordeling gebeuren op basis van de gemiddelde concentraties (minimaal vanaf 6 stalen).

3. Wanneer de concentraties in de aanvulgrond van een bestaande ophoging hoger zijn dan 80% van de interventienormen, is een hergebruik binnen de grenzen van deze oorspronkelijke ophoging eventueel nog mogelijk, op voorwaarde dat dit geen aanleiding geeft voor bijkomende gebruiksbeperkingen. Daarbij is ook het schriftelijk akkoord van de eigenaar(s) vereist.

Staalname en analyses afgestemd op de Vlaamse procedures

Leefmilieu Brussel heeft er voor geopteerd om de richtlijnen, voor zowel de bemonsteringsstrategieën als de analyses, volledig af te stemmen op de procedures die van toepassing zijn in het Vlaamse Gewest (Standaardprocedure voor de opmaak van een technisch verslag, OVAM).

Dit is zeer goed nieuws voor de opdrachtgevers én de aannemers van de beide gewesten: de staalname van een uit te graven of reeds uitgegraven grond is daardoor geldig voor de beide gewesten.

De CvGP voorziet de gekende strategieën voor enerzijds nog uit te graven grond en anderzijds reeds uitgegraven partijen (homogene partijen en andere). Wat betreft de analyses geldt dat naast de klassieke PAK's, zware metalen en minerale olie, ook andere potentieel verdachte parameters moeten worden geanalyseerd.

Voor meer details verwijzen we naar CvGP in bijlage

Heeft u vragen over deze nieuwe CvGP ? Aarzel dan niet om ons te contacteren.

Andy Heurckmans
andy.heurckmans@grondbank.be
vzw Grondbank

Link Brussel Leefmilieu : klik hier

1-cvgp-aanvulgronden-en-ophogingen-brussel.pdf

 

 

Nieuwe CvGP gebruik van aanvulgronden en ophogingen - BRUSSEL