Bijkomende staalname van gestapelde hopen als aanvulling op het technisch verslag

In bepaalde gevallen is bijkomende staalname vereist door een erkende bodemsaneringsdeskundige van hopen grond die op de werf gestapeld zijn. Dit kan o.a. zijn naar aanleiding van (niet-limitatief):

- een uitvoeringsbepaling opgenomen in de conformverklaring, bvb. omdat een er nog twijfel is over de uiteindelijke code (dubbelcheck) of omdat een zone niet op voorhand bemonsterd kon worden;

- een zintuiglijke verontreiniging (verdachte geur, afwijkend type grond,...)  die tijdens de uigraving wordt vastgesteld;

- een verificatie van een partij met code 011, waarbij wordt nagegaan of deze partij toch zou voldoen aan de normen voor vrij gebruik,...

- de actualisatie van een technisch verslag: na afronding van een eerste fase van een bouwproject kunnen er bvb grondoverschotten op de werf achtergebleven zijn waarvan de kwaliteit niet 100% meer gegarandeerd is

Te hanteren bemonsteringsstrategie

De Grondbank krijgt regelmatig de vraag hoeveel stalen er genomen moeten worden om de kwaliteit van de gestapelde hoop grond te bepalen. Een eenvoudig antwoord hierop bestaat niet uiteraard, aangezien elk geval verschilt.

In de eerste plaats moet de erkende bodemsaneringsdeskundige zelf de overweging maken hoeveel stalen nodig zijn om een éénduidig besluit te kunnen trekken. M.a.w. zodat hij /zij er van overtuigd is dat er in geval van tegenstaalname toch niet een hogere verontreinigingsgraad vastgesteld zal worden. Een minimale bemonstering is daarom zelden aan te raden.

We verwijzen uiteraard naar de 2 gekende bemonsteringsstrategieën voor gestapelde hopen (standaardprocedure voor de opmaak van een technisch verslag), nl:

3.3.1 Hopen uitgegraven bodem van gekende herkomst en met een homogene samenstelling
3.3.2 Hopen uitgegraven bodem samengesteld uit partijen van verschillende herkomst of van heterogene samenstelling

De erkende bodemsaneringsdeskundige kan ook een afwijkende strategie toepassen, zolang dit de garantie over het resultaat niet aantast.

In verband met deze strategieën willen we 2 belangrijke aandachtspunten aanstippen:

- Wanneer het vermoeden bestaat dat een gestapelde hoop het resultaat is van een niet-selectieve uitgraving, dan is er in principe sprake van een heterogene samenstelling. Strategie 3.3.2 is dan zeker aangewezen.

- om een voordien slechtere kwaliteit te weerleggen, is een minimum bemonsteringsdichtheid dikwijls niet voldoende. de eBSD dient er zich bewust van te zijn dat wanneer eerder een verhoogde concentratie werd gemeten, dit niet zomaar via een beperkte staalname kan worden weerlegt. Zoniet is de kans reëel dat er later op de bestemming toch weer hogere concentraties kunnen worden gemeten (in geval van een controlestaalname)

Verdachte parameters

Voor wat betreft de te analyseren parameters gelden de algemene principes: er dient steeds rekening te worden gehouden met de resultaten van het historisch onderzoek én de resultaten van eerdere staalnames/bodemonderzoek. het gebeurt soms dat een erkende bodemsaneringsdeskundige een betere code toekent aan een gestapelde partij, zonder daarbij alle relevante parameters geanalyseerd te hebben. Via het reeds uitgevoerde technisch verslag en de bijhorende conformverklaring kan meestal de juiste informatie worden verkregen.

In geval er twijfel is over de effectieve herkomst van een gestapelde partij, dienen zeker ook een aantal uitgebreide pakketten (met PCB's, OCP,'s, CN...) te worden ingezet.

Rapportage

Voor de rapportage van de analyseresultaten, de interpretatie en het besluit, staat het de eBSD vrij om de vorm te kiezen. Dit kan een volwaardig rapport zijn, een eenvoudige mail, een actualisatie van een technisch verslag,... zolang de essentiële elementen aanwezig zijn:

- administratieve gegevens van de werf, met link naar het eerder uitgevoerde technisch verslag en de conformverklaring
- de gehanteerde bemonsteringsstrategie en het gekozen analyseprogramma, inclusief de argumentatie voor de gemaakte keuze
- de analysecertificaten
- de toetsingen
- de interpretatie en het besluit. Hierbij dient steeds een duidelijk verwijzing zijn met de eerder resultaten en een duidelijke argumentatie in geval de kwaliteit wordt weerlegd.
- een liggingsplan waarop de bemonsterde partij is aangeduid. Indien er verschillende hopen waren gestapeld, dienen deze allemaal aangeduid te zijn.

Deze elementen zijn essentieel om misverstanden te vermijden en een vlotte opvolging van het project te garanderen.

Heeft u vragen hierover? neem gerust contact op met:

- andy.heurckmans@grondbank.be
- elisa.vermeulen@grondbank.be

 

 

Bijkomende staalname van gestapelde hopen als aanvulling op het technisch verslag