Wijzigingen ordonnantie betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems - Brussel

Op 13 juli 2017 werd de 'ordonnantie tot wijziging van sommige bepalingen van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems' voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gepubliceerd. Deze wijzigingen gaan van kracht op 24/07/2017. U vindt de link hier

Een aantal van deze wijzigingen hebben een impact op de uitvoering van grondwerken. Naast de ordonnantie zelf worden ook een aantal procedures gewijzigd.  In afwachting van de definitieve teksten (de gecoördineerde versie van de ordonnantie wordt binnen een 2-tal maand verwacht) geven we al een kort overzicht. Deze items kwamen ook al aan bod tijdens het seminarie van 11 mei georganiseerd door de Confederatie Bouw Brussel Hoofdstad

1. Verkorte procedure in geval van puingerelateerde verontreinigingen

Wanneer bij de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek een verontreiniging wordt vastgesteld die gelinkt is aan de aanwezigheid van puin (bvb. ophooglaag), dan kan een verkorte procedure worden gevolgd. Daarbij volstaat het om het verkennend bodemonderzoek te combineren met een vereenvoudigde risicobeoordeling.

(meer details --> zie procedure vereenvoudigde risicobeoordeling bij puingerelateerde verontreinigingen en verontreinigingen van natuurlijke oorsprong)

2. Minieme behandeling en behandeling van beperkte duur

Minieme behandeling (art 62) : de verontreinigingsvlek beslaat maximaal een oppervlakte van 20 m² en is niet naar het grondwater doorgezet. De verontreiniging kan m.a.w. gemakkelijk worden verwijderd via ontgraving (en aanvulling achteraf).
De sanering kan in dit geval ook in de loop van het verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd (en gebundeld worden gerapporteerd in dit verkennend bodemonderzoek).

Behandeling van beperkte duur (art 63) : als voorwaarde geldt hier dat de verontreiniging binnen de 180 dagen kan verwijderd worden (of de maatregelen voor risicobeheer binnen deze termijn kunnen uitgevoerd worden). De behandeling van beperkte duur geldt als alternatief in de volgende gevallen:

- een incident of toevallige ontdekking (tijdens bodemonderzoek)
- in de plaats van een saneringsplan of risicobeheer
- ihkv een bouwproject op een verontreinigd terrein zonder risico

Na de uitvoering van een klassiek verkennend / gedetailleerd bodemonderzoek kunnen de deskundige en de saneringsplichtige een voorafgaandelijke verklaring indienen. Leefmilieu Brussel reageert binnen de 10 dagen (in dringende gevallen kan dit zeer snel).

De minieme behandeling of behandeling van beperkte duur kan plaatsvinden zonder een milieuaangifte, milieuvergunning of de vereiste vergunning krachtens de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van het grondwater (art 64).

3. Werven/toevallige ontdekking van verontreiniging

Wanneer er tijdens de uitvoering van grondwerken een verontreiniging wordt ontdekt, dan dienen de werken niet te worden stilgelegd.

Via het 'ad hoc' formulier (de aangepaste versie is nog niet beschikbaar) dient deze ontdekking te worden gemeld aan leefmilieu Brussel, met vermelding van de deskundige die de grondwerken (thv de verontreiniging) zal begeleiden. De grondwerken dienen te gebeuren door een bodem-geregistreerde aannemer (lijst).


De gecoördineerde versie van de nieuwe Ordonnantie wordt verwacht na de vakantieperiode. Wij houden u op de hoogte.

Eerder dit jaar publiceerde Leefmilieu Brussel al de nieuwe Code van Goede Praktijk betreffende gebruik van aanvulgronden en ophogingen : klik hier

Vragen over grondverzet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Contacteer : andy.heurckmans@grondbank.be

 

 

Wijzigingen ordonnantie betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems - Brussel