De schudproef als hulpmiddel om de KWZ af te bakenen

Zoals uitgebreid beschreven in het vorige artikel (klik hier), moet de erkende bodemsaneringsdeskundige de gebruiksvoorwaarden voor gebruik binnen de KWZ bepalen, wanneer de concentraties hoger zijn dan 80% van de bodemsaneringsnormen (van het betreffende terrein).

Toch kan het nodig zijn om gebruiksvoorwaarden op te leggen, zonder dat de 80%BSN werd overschreden. We verwijzen hiervoor naar de Code van Goede Praktijk voor de afbakening van de kadastrale werkzone : deze stelt dat de vertikale uitbreiding van de KWZ mogelijk is op voorwaarde dat (o.a.) dit geen bijkomende grondwaterverontreiniging zal veroorzaken.

Hoewel de uitloogproef niet verplicht is voor gebruik binnen de kadastrale werkzone, is dat in dit geval zeker aangeraden. Een voorbeeld :

In de bovenste meter wordt een partij met code 510 afgebakend (bvb. een bouwproject in een industriezone). Het uitlooggedrag is (nog) niet gekend. Om te bepalen of deze partij eventueel dieper zou kunnen gebruikt worden (maximaal de voorziene uitgravingsdiepte) kan een bijkomende uitloogproef uitsluitsel geven over een eventueel verspreidingsrisico naar het grondwater toe.

Om die reden raden wij aan om voor de verticale afbakening van de KWZ zeker het uitlooggedrag van deze partij te bepalen m.b.v. de schudproef, zeker indien het grondwater relatief hoog staat (t.o.v. de maximale uitgravingsdiepte van het bouw- of infrastructuurproject).

Heeft u vragen hierover? Neem gerust contact met ons op!